Skip to main content

Lokale besturen hebben de afgelopen jaren indrukwekkende klimaatambities onderschreven, maar de realiteit van 2030 nadert snel. De recente auditbevindingen maken duidelijk dat enthousiasme alleen niet volstaat: zonder SMART-doelstellingen, financiële doorrekening en een programmatische verankering over legislaturen heen, blijven engagementen vrijblijvend (en daarmee een acuut aansprakelijkheidsrisico!).

Van convenanten naar concrete keuzes: Audit Vlaanderen legt vinger op de wonde

De Europese Burgemeestersconvenanten hebben 90% van de Vlaamse lokale besturen mee in het spoor gezet van min. 55% CO₂-reductie tegen 2030 en klimaatneutraliteit in 2050, maar die koers heeft enkel betekenis als ze vertaald wordt in harde, implementeerbare maatregelen op het terrein.

De meest recente doorlichting van Audit Vlaanderen bij acht lokale besturen (2024–2025) concludeert dat de huidige aanpak onvoldoende garanties biedt om de klimaatdoelen effectief te halen tegen eind 2030. Audit Vlaanderen benoemt drie structurele lacunes:

  • de afwezigheid van SMART-geformuleerde maatregelen,
  • het uitblijven van een geïntegreerde financiële doorrekening en
  • het gebrek aan legislatuur-overschrijdende tijdslijnen die het beleid dragen over meerderheidswissels heen.

Daarbovenop stelde Audit Vlaanderen vast dat het vaak (ook) ontbreekt aan een helikopterzicht op de uitvoering en opvolging van de klimaatstrategie én op de interne kennis en expertise om die strategie te dragen. Rollen en verantwoordelijkheden – binnen het bestuur en bij externe stakeholders – zijn te weinig scherp vastgelegd, waardoor eigenaarschap diffuus blijft en verantwoording moeilijk.

Het beleidskader is duidelijk: lokale hefbomen zijn talrijk

Nochtans wordt ook in het Vlaams Energie- en Klimaatplan een belangrijke rol toebedeeld aan lokale besturen. Steden en gemeenten beschikken immers over tal van -concrete- bevoegdheden om de transitie te versnellen: mobiliteit (inclusief duurzame stadslogistiek), aanpak energiearmoede, collectieve renovatie, hernieuwbare energieproductie, ruimtelijke ordening en bouwshift, en duurzame publieke catering. Ook in overheidsopdrachten biedt de regelgeving ruimte voor circulaire voorrangsregels en duurzame criteria.

De kernboodschap is eenvoudig: de wetgever en het Vlaamse klimaatbeleid rekenen op lokale besturen als eerste implementatielijn – en dus als publieke opdrachtgever, vergunningverlener én regisseur van het lokale ecosysteem.

Van plan naar programma: het klimaatactieplan als bestuurlijk stuurinstrument

Audit Vlaanderen adviseert lokale besturen om een degelijk, realistisch en volledig klimaatactieplan met strategische tijdslijn tot minstens 2030 op te maken dat is gebaseerd op concrete analyses van de situatie op het eigen grondgebied. Doelstellingen moet daarbij SMART worden geformuleerd, consequent financieel worden doorgerekend, en vervolgens gebruikt als leidraad bij implementatie, opvolging en bijsturing.

Nieuwe mogelijke projecten moeten afgetoetst worden aan de meerwaarde ervan in functie van de risico’s en kwetsbaarheiden op het eigen grondgebied.

Organisatiebreed verankeren: van “project” naar “core business”

Klimaatbeleid is geen eiland. De audit wijst op het belang van organisatiebrede verankering, zowel in uitvoerende diensten als in de dagelijkse werking: aankoopbeleid, sociaal beleid, vergunningverlening en patrimoniumbeheer.

Juridisch en bestuurlijk vertaalt zich dat in duidelijke mandaten, procedurele inbedding en een heldere taakverdeling over diensten en partners. Ook de rollen en verantwoordelijkheden binnen het bestuur en van partners en belanghebbenden worden -idealiter- vastgelegd.

Het is ook belangrijk de voortgang consequent op te volgen op basis van beschikbare data en hierover te rapporteren.

Voorbeeldwerking en ecosysteem: de lokale overheid als eerste beweger

Audit Vlaanderen adviseert lokale besturen verder om te informeren en sensibiliseren, de voorbeeldfunctie van het lokaal bestuur waar te maken bijvoorbeeld door op het openbaar domein zelf onthardings- en vergroeningsprojecten op te zetten, door het patrimonium te verduurzamen, duurzame mobiliteitskeuzes…

De voorbeeldfunctie van het lokaal bestuur, onder meer omdat ze het dichtst bij de burger staat, is van groot belang om diverse doelgroepen te stimuleren om actie te ondernemen. Uit de audit blijkt dat het draagvlak voor en de effectiviteit van maatregelen verder vergroot kan worden door bijvoorbeeld in te zetten op collectieve begeleidingstrajecten, innovatieve aanpakken, zoals het gebruik van warmtescans of het werken met een collectieve omgevingsvergunning voor een ganse wijk.

Goedgekeurde (complementaire) plannen (bv. woonbeleid, groenvisie, hemelwater- en droogteplannen, ruimtelijke uitvoeringsplannen…) en instrumenten (bv. richtlijnen, verordeningen ruimtelijke ordening…) die ook effectief toegepast worden, dragen bij tot een structurele verankering van het klimaatbeleid in de standaardprocessen en helpen bij het maken van klimaatvriendelijke beleidskeuzes.

Via die weg stimuleert het lokaal bestuur ook het bredere ecosysteem om dit in praktijk om te zetten.

Aansprakelijkheid bij falend of onvoldoende klimaatbeleid

Een ondermaats of niet-uitgevoerd klimaatbeleid creëert niet alleen beleids- en reputatierisico’s, maar kan ook juridische kwetsbaarheden blootleggen. Waar doelstellingen, maatregelen, middelen en verantwoordelijkheden onvoldoende bepaald en verankerd zijn, wordt de bestuurlijke besluitvorming moeilijker verdedigbaar en stijgt het risico op betwisting en aansprakelijkheidsstelling bij schade die redelijkerwijs vermijdbaar was.

Net daarom zijn SMART-doelen, een consequente financiële doorrekening en programmasturing geen loutere “best practices”, maar ook een vorm van zorgvuldigheidsverankering: ze maken keuzes traceerbaar, motiveren de inzet van middelen, borgen continuïteit over legislaturen heen en ondersteunen transparante opvolging en rapportering.

De juridische vertaling in goedgekeurde plannen, duidelijke mandaten, passende verordeningen en consequent toegepaste procedures verkleint de kans op lacunes in uitvoering én op juridische frictie. Kortom, wie vandaag zorgvuldig organiseert en documenteert, vermindert morgen het aansprakelijkheidsrisico.

Van urgentie naar concrete uitvoering

De boodschap van Audit Vlaanderen is dwingend: een sterke lokale klimaataanpak vraagt SMART doelen en prioritering, robuuste financiële doorrekening, een legislatuur-overschrijdende tijdslijn en een helder zicht op de uitvoering en opvolging van klimaatvisie en -strategie en op de nodige middelen en expertise.

Audit Vlaanderen heeft het spiegelbeeld aangereikt; het VEKP en het LEKP bieden het beleidskader; goede praktijken tonen hoe juridische verankering, programmasturing en financiële onderbouwing uitvoering mogelijk maken. GD&A Advocaten zet die bouwstenen (mee) om in coherente en uitvoerbare maatregelen op maat van uw bestuur.

GD&A Advocaten heeft de nodige expertise om lokale besturen bij te staan bij de uitrol van (beleids-)plannen en initiatieven rond ontharding, verdichting, mobiliteit, het bevorderen van energie-efficiëntie en het aandeel aan hernieuwbare energie, warmtenetten, de verduurzaming van het patrimonium door bijvoorbeeld de opmaak van een strategisch vastgoedplan, … en de verankering van klimaat en duurzaamheid in onder meer de ruimtelijke ordening, vergunningverlening, overheidsopdrachten, fiscaliteit, …

Wie vandaag investeert in een juridisch verankerd, financieel doorgerekend en praktijkgericht klimaatactieplan, bouwt bestuurlijke zekerheid én maatschappelijk rendement. Festina lente: haast u langzaam, maar vooral doelgericht.

Bij GD&A Advocaten begrijpen we als geen ander het belang van deze materie. Ons team staat dan ook steeds klaar om uw bestuur met kennis van zaken bij te staan.

Auteur(s):

Liesa Vosch

Leave a Reply