ANPR en trajectcontrole zijn onmisbare bouwstenen van moderne handhaving, maar ze vergen een vlekkeloze juridische onderbouw. Een vonnis van de Politierechtbank Vilvoorde van 6 november 2025 maakte dat pijnlijk duidelijk: een GAS-sanctie van 53 euro werd vernietigd omdat de gemeente niet kon bewijzen dat een daartoe bevoegde persoon de overtreding had vastgesteld én omdat de gebruikte automatische toestellen niet volledig door de gemeente waren gefinancierd. Dit vonnis zet lokale besturen ertoe aan hun ANPR- en trajectcontroleketen met een juridisch vergrootglas te herbekijken.
Het vonnis in vogelvlucht: twee juridische breuklijnen
De politierechter in Vilvoorde vernietigde recent een GAS-boete, opgelegd voor een lichte snelheidsovertreding, vastgesteld via trajectcontrole, en dit om twee kernredenen.
Ten eerste toonde de gemeente volgens de Politierechter niet aan dat de overtreding werd vastgesteld door een fysiek bevoegde persoon, hetgeen weliswaar vereist zou zijn volgens artikel 62 van de Wegverkeerswet; het proces-verbaal vermeldde slechts een stamnummer en geen identificeerbare verbalisant of bevoegd personeelslid, en dit ondanks een tussenvonnis van diezelfde Politierechtbank dat de gemeente uitdrukkelijk uitnodigde dit gebrek te remediëren.
De rechtbank plaatste de verantwoordelijkheid voor de GAS-boete hiermee dus integraal bij het bestuur: een geautomatiseerde detectie is niet genoeg; de rechtbank achtte een menselijke validatie door een daartoe bevoegd en opgeleide verbalisant of personeelslid, traceerbaar in het dossier, noodzakelijk. Het louter opnemen van een stamnummer zonder mogelijkheid om deze te koppelen aan een fysieke, opgeleide persoon “ondergraaft het draagvlak” van het proces-verbaal.
Ten tweede kon de gemeente, volgens de Politierechter, niet bewijzen dat de “automatisch werkende toestellen” volledig door de lokale overheid waren gefinancierd, zoals vereist zou zijn voor GAS-handhaving bij lichte snelheidsovertredingen. De Politierechtbank viseerde daarbij -in breder perspectief- de verschillende concessiemodellen waarbij het volledige ANPR-systeem eigendom blijft van een private partij en waarbij contractuele clausules strijdig kunnen zijn met het verkeersveiligheidsdoel; zonder sluitend bewijs van volledige publieke financiering strandt de GAS-boete, aldus de Politierechtbank.
Kortom: (lokale) besturen die werken met concessies of “as-a-service”-modellen doen er volgens de Politierechtbank in Vilvoorde goed aan om hun contracten en financieringsstromen te herijken, met expliciete borging van eigendom, financiering en neutraliteit in de handhaving.
Gegevensbescherming en nazorg: vergeet het GAS-register niet
De rechtbank beval overigens ook de verwijdering van de persoonsgegevens van betrokkene uit het GAS-register, met verwijzing naar artikel 44, §2 van de GAS-wet en het KB van 21 december 2013.
Als zodanig onderstreepte de Politierechter (minstens impliciet) de plicht voor de lokale, sanctionerende besturen tot dataminimalisatie en correcte gegevensverwerking in overeenstemming met de vereisten van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit in de volledige handhavingsketen, gaande van detectie tot archivering en verwijdering.
Beleidsimplicaties: koersvast, maar juridisch scherp aan de wind
Stel, uw gemeente heeft een trajectcontrole die via een concessie met een private partner opereert. Uitgaande van het vonnis van de Politierechtbank in Vilvoorde van 6 november 2025, worden vijf vragen bijzonder pertinent voor wat betreft de beoordeling van de rechtsgeldigheid van GAS-boetes die aan de hand hiervan worden opgelegd:
- Kan elk pv zonder omwegen worden gelinkt aan een identificeerbare, opgeleide verbalisant of bevoegd personeelslid, inclusief opleidingsevidentie?
- Is onomstotelijk gedocumenteerd dat de gebruikte automatische toestellen volledig door het bestuur gefinancierd zijn, met eigendoms- en financieringsbewijzen?
- Zijn certificaten (modelgoedkeuring/ijking) actueel en correct opgenomen in elk dossier?
- Zijn de contractuele bepalingen van de concessie strikt verenigbaar met verkeersveiligheid en neutraliteit, zonder prikkels die sanctiestromen beïnvloeden?
- Zijn gegevensstromen en bewaartermijnen conform GDPR, GAS-wet en het relevante KB, inclusief procedures voor verwijdering na vernietiging?
Dit soort “ketencontrole” sluit aan bij de pijnpunten die in het vonnis aan bod kwamen en kan proactief rechtsgeldigheid versterken.
ANPR en trajectcontrole blijven legitieme én krachtige instrumenten voor verkeersveiligheid, maar het vonnis van de Politierechtbank in Vilvoorde toont aan dat de legitimiteit staat of valt met de juridische schakels in de keten. Een terugkerende les uit dit vonnis is in ieder geval dat vormvereisten geen detail zijn: bevoegdheid, financiering en gegevensbeheer bepalen de houdbaarheid van elke GAS-beslissing.
Zoals de rechter fijntjes laat verstaan: “probatio incumbit ei qui dicit”—wie sanctioneert, moet rechtsgeldig kunnen bewijzen.
GD&A en ANPR: seminarie in aantocht
Het hierboven besproken vonnis van de Politierechtbank in Vilvoorde is o.i. geen revolutie die alle ANPR-systemen onderuit haalt, maar wel een wake-up call voor elk bestuur dat inzet op trajectcontrole voor GAS-handhaving.
Bij GD&A Advocaten begrijpen we als geen ander het belang van deze materie. Ons team staat dan ook steeds klaar om uw bestuur met kennis van zaken bij te staan.
Wilt u daarom dieper duiken in de juridische en operationele spelregels? Schrijf u in voor ons seminarie “Gemeenten aan het stuur: ANPR voor lokale handhaving – camerawet, GDPR, lokale (verkeers-)reglementen en aanbesteding ontrafeld” in Lokeren en/of Eksel, via onze website: Agenda – GD&A Advocaten.