De vergunningsproblematiek in Vlaanderen confronteert niet alleen aannemers en projectontwikkelaars met hoofdbrekens, maar dwingt ook steden en gemeenten tot een permanente evenwichtsoefening. Lokale besturen die zich met succes een weg banen door het complexe kluwen van de overheidsopdrachtenwetgeving, belanden niet zelden in een nieuw juridisch mijnenveld wanneer de omgevingsvergunning na de gunning van de opdracht wordt geschorst of vernietigd door de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De gevolgen zijn verstrekkend: stilstandskosten, schadeclaims en projecten die maandenlang stilvallen. Tijd om de touwtjes stevig in handen te nemen.
De praktijk: wanneer de graafmachine plots moet wijken
De recente praktijk toont aan dat de schorsing of vernietiging van een omgevingsvergunning na de gunning van de overheidsopdracht geen theoretisch risico is, maar bittere realiteit. Een voorbeeld uit de realiteit illustreert dit treffend: de Vlaamse Regering verleende een omgevingsvergunning voor de bouw van een evenementenhal en kende een projectsubsidie van 12 miljoen euro toe. Na een verzoekschrift tot nietigverklaring bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen door een concurrent werd de vergunning evenwel vernietigd. De werken waren op dat ogenblik reeds gestart en het project lag maandenlang stil.
Een omgevingsvergunning zou thans definitief zijn wanneer er geen georganiseerd administratief beroep meer kan worden ingesteld tegen de omgevingsvergunning. Dit wordt bepaald door artikel 2, 4° van het Omgevingsvergunningsdecreet.
Men kan tegen deze ‘definitieve’ omgevingsvergunning evenwel in beroep gaan bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Dit is mogelijk middels het indienen van een verzoekschrift tot nietigverklaring, al dan niet in combinatie met een verzoekschrift tot schorsing (of zelfs bij uiterst dringende noodzakelijkheid). In dit laatste geval zal de zogenaamde definitieve omgevingsvergunning mogelijk worden geschorst, waardoor de werken niet kunnen worden gestart of niet kunnen worden verdergezet.
Maar er is meer. Deze ogenschijnlijk definitieve omgevingsvergunning kan, onbeperkt in tijd (!!!), aangevochten worden middels artikel 159 van de Grondwet. Artikel 159 van de Grondwet bepaalt dat rechters en rechtbanken algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toepassen voor zover zij met de wet overeenstemmen, zoals vastgelegd in de Belgische Grondwet.
Uit de praktijk volgen tal van voorbeelden waarbij zelfs de kortgedingrechter wordt gevat middels artikel 159 van de Grondwet. Zo wordt getracht de werken onmiddellijk stil te leggen.
Door het bestaan van artikel 159 van de Grondwet, kan aldus élk project op élk moment aangevochten worden. De ogenschijnlijk definitieve vergunning is dan toch niet zo definitief als het lijkt.
Verantwoordelijkheid en transparantie: wie draagt het risico?
De vraag naar verantwoordelijkheid wanneer een vergunning na gunning wordt geschorst of vernietigd, kent geen eenduidig antwoord. Een en ander hangt niet enkel af van de concrete situatie, maar ook van onder meer de kwalificatie van de gegunde overheidsopdracht. Betrof het een ‘klassieke’ opdracht voor werken, of werd een Design & Build-formule gehanteerd?
Daarnaast heeft ook de juridische kwalificatie van de vergunningsproblematiek een doorslaggevende invloed op de aansprakelijkheidsverdeling tussen partijen. Wanneer de vergunningsproblematiek het gevolg is van een fout of nalatigheid van de aanbesteder zelf, bijvoorbeeld omdat het vergunningsdossier onvolledig was ingediend, is deze situatie eerder vreemd aan de aannemer.
Bij Design & Build-opdrachten waar de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het verkrijgen van de vergunning, ontstaat een bijzondere dynamiek. Kunnen fouten of nalatigheden aan de opdrachtnemer worden toegeschreven? Dan verschuift mogelijk (een deel van) de aansprakelijkheid – zelfs wanneer de aanbestedende overheid de vergunning formeel heeft moeten indienen. Een dergelijke situatie vraagt om een zorgvuldige analyse en doorgedreven afweging van de middelen die men in het kader van een procedure voor de Raad desgevallend wenst op te werpen.
Schorsing op bevel van de aanbesteder: het juridisch kader
Zodra een omgevingsvergunning is geschorst of vernietigd, rest de aanbesteder weinig anders dan de uitvoering van de werken stil te leggen. Artikel 38/12 AUR voorziet voor deze situatie in een specifieke herzieningsclausule. Goed nieuws voor opdrachtnemers: zij kunnen aanspraak maken op schadevergoeding. Vaak een zware domper voor de bouwheer… maar let wel op: de wetgever koppelt dit recht aan verschillende cumulatieve voorwaarden.
De schorsing moet vooreerst in totaal één twintigste van de uitvoeringstermijn overschrijden én minstens tien werkdagen of vijftien kalenderdagen duren – afhankelijk van hoe de uitvoeringstermijn is uitgedrukt. Daarnaast mag de schorsing niet voortvloeien uit ongunstige weersomstandigheden of andere omstandigheden waaraan de aanbesteder vreemd is en waardoor de opdracht, naar oordeel van de aanbesteder, op dat ogenblik niet verdergezet kan worden. Tenslotte moet de schorsing ook plaatsvinden binnen de oorspronkelijke uitvoeringstermijn.
De voormelde tweede voorwaarde is in het bijzonder relevant en leidt geregeld tot een juridisch steekspel: indien de vergunningsproblematiek het gevolg is van omstandigheden waaraan de aanbesteder vreemd is, zal die vermoedelijk immers het standpunt innemen dat de opdrachtnemer geen recht heeft op een schadevergoeding voor de schorsingsperiode. De wetgever heeft namelijk expliciet voorzien dat het recht op schadevergoeding uitgesloten wordt in geval van omstandigheden die vreemd zijn aan de aanbesteder. De vraag rijst dan: in welke mate betreft het omstandigheden die daadwerkelijk vreemd zijn aan de aanbestedende overheid? De ene situatie is de andere niet… en de opdrachtnemer zal trachten zijn schade door de schorsing van de opdracht maximaal te verhalen.
Niet alleen artikel 38/12 AUR inzake de vergoedingen bij schorsing, maar ook artikelen 38/9 en 38/11 AUR komt vaker in het vizier. Opdrachtnemers trachten via meerdere wegen hun slag thuis te halen. Deze bepaling schrijft immers voor dat een opdrachtnemer aanspraak maakt op een herziening van de opdracht wanneer deze een vertraging of nadeel heeft geleden ten gevolge van nalatigheden, vertragingen of welke feiten ook die ten laste van de aanbesteder gelegd kunnen worden.
Tijdens onze seminaries voor het GD&A Lyceum gaan we dieper in op deze en andere verhaalmogelijkheden, en bespreken we aan de hand van concrete casussen wanneer welke gronden het meeste kans op succes bieden.
De afwikkeling van schadeclaims en de aanstelling van een deskundige
In navolging van de voormelde gronden waarop opdrachtnemers steunen teneinde een schadevergoeding te bekomen, vervolgt het debat over de begroting van de schade. Welke kosten mogen allemaal verhaald worden? Op welke wijze gebeurt dergelijke begroting? Indien een minnelijk overleg geen soelaas kan bieden, worden steeds vaker juridische procedures aanhangig gemaakt met de aanstelling van een deskundige ter begroting van de schade.
In de seminaries wordt dan dieper ingegaan op de begroting en afwikkeling van schadeclaims.
Het belang van clausules in het bestek: niet te onderschatten
Wist u echter dat aanbestedende overheden kunnen anticiperen op dergelijke procedures en vorderingen tot schadevergoedingen door op diligente wijze om te gaan met de redactie van de opdrachtdocumenten? Voorkomen is vaak beter dan genezen!
Het AUR voorziet immers in verschillende mogelijkheden voor een aanbestedende overheid om (herzienings)clausules op te nemen waarin verduidelijkt worden welke omstandigheden geacht worden vreemd te zijn aan de aanbestedende overheid of in welke omstandigheden de opdrachtnemer geen schadeloosstelling kan vorderen bij een schorsing van de opdracht.
Maar ook andere bepalingen kunnen wat dat betreft soelaas bieden. Denk bijvoorbeeld aan artikel 1794 oud Burgerlijk Wetboek, waarbij een aanbestedende overheid gezien het aanvullend karakter in de mogelijkheid kan gesteld worden om een aanneming van werken voortijdig te beëindigen zonder schadeloosstelling wegens gederfde winst.
Er zal tijdens de seminaries concreet ingegaan worden op voorbeeld besteksclausules om zo goed als mogelijk te anticiperen op zulke moeilijkheden tijdens de uitvoering.
Concrete handvatten voor de praktijk
Lokale besturen die geconfronteerd worden met de schorsing of vernietiging van een omgevingsvergunning na gunning bevinden zich in een kwetsbare positie. De ogenschijnlijk definitieve vergunning biedt immers geen absolute zekerheid, terwijl de aansprakelijkheidsvraag zelden eenduidig te beantwoorden valt. Toch hoeven aanbestedende overheden niet lijdzaam toe te kijken: een proactieve aanpak bij de redactie van opdrachtdocumenten en een grondige kennis van de verhaalmechanismen uit het AUR kunnen het verschil maken tussen een beheersbaar risico en een langdurig juridisch steekspel.
GD&A en de uitvoering van overheidsopdrachten bij een onzeker omgevingsvergunningsdossier: seminarie in aantocht
Wilt u zelf dieper duiken in deze complexe juridische materie met concrete kennis en praktische handvaten over onder meer de timing en het afstemmen van de plaatsings- en vergunningsprocedure, het diligent omgaan met vorderingen tot schadevergoeding na een schorsing en/of vernietiging van een vergunning, bestekclausules en praktijkvoorbeelden inzake deze problematiek?
Schrijf u dan in voor onze seminaries “Van (ver)gunning tot graafmachine: bouwen met een onzeker vergunningsdossier” op donderdag 19 maart 2026 van 13u00-16u00 in Lokeren en op dinsdag 24 maart 2026 van 13u00-16u00 in Hechtel-Eksel.
Inschrijven kan via de navolgende linken op onze website:
- Seminarie te Lokeren: Van (ver)gunning tot graafmachine: bouwen met een onzeker vergunningsdossier – GD&A Advocaten
- Seminarie te Eksel: Van (ver)gunning tot graafmachine: bouwen met een onzeker vergunningsdossier – GD&A Advocaten
Meer info over het GD&A Lyceum vindt u tevens via onze website: https://gdena-advocaten.be/lyceum/
***
Bij GD&A Advocaten begrijpen we als geen ander het belang van deze materie. Ons team staat dan ook steeds klaar om uw bestuur met kennis van zaken bij te staan
Meer info? Contacteer
Wouter Poelmans
t 015 40 49 40 of
wouter.poelmans@gdena-advocaten.be