In een recent arrest[1] heeft de Raad van State geoordeeld dat een dienstverlenende vereniging die optreedt als aankoopcentrale, het bereik van haar opdrachten moet kunnen verantwoorden vanuit de decretale doelstellingen van gemeentelijk belang. Het arrest maakt duidelijk dat het opnemen van afnemers die zelf geen gemeentelijke belangen behartigen — zoals federale overheidsdiensten of gewestelijke agentschappen — niet zonder meer kan worden gerechtvaardigd.
Relevante feiten
De verwerende partij, een dienstverlenende vereniging in de zin van het Decreet Lokaal Bestuur[2], schreef een overheidsopdracht uit voor geïntegreerde End-to-End handhavingsoplossingen op basis van ANPR-camera’s. In een eerdere GD&A-nieuwsbrief kwam dit arrest ook al aan bod.
De dienstverlenende vereniging telt 268 leden, voornamelijk Vlaamse steden en gemeenten, OCMW’s, intergemeentelijke verenigingen, politiezones en hulpverleningszones. Het bereik van de opdracht zou zich echter verder uitstrekken dan de eigen leden.
De selectieleidraad schreef immers voor dat de verwerende partij niet alleen als aankoopcentrale zou optreden voor haar deelnemers, maar ook voor een brede waaier van andere entiteiten, waaronder:
- alle Belgische gemeentebesturen en provincies;
- politie- en brandweerdiensten;
- diverse Vlaamse agentschappen (zoals AWV, VLABEL en het Agentschap Justitie en Handhaving);
- Waalse en Brusselse overheidsentiteiten;
- federale overheidsdiensten; en
- Infrabel
De statuten van de verwerende partij vermelden als voorwerp en maatschappelijke doelstelling van gemeentelijk belang niet enkel de studie, organisatie en promotie van de informatie- en communicatietechnologie en de toepassing ervan ten behoeve van haar deelnemers, maar ook de organisatie van raamcontracten waarbij de vereniging zou optreden als aankoopcentrale zoals voorzien in de overheidsopdrachtenregelgeving.
Overschrijding van de decretale bevoegdheidsgrenzen ?
De verzoekende partijen betoogden dat een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, zoals een dienstverlenende vereniging, uitsluitend kan worden opgericht met het oog op de gemeenschappelijke behartiging van doelstellingen van gemeentelijk belang.
Een dienstverlenende vereniging heeft een ondersteunend doel en mag enkel een duidelijk omschreven ondersteunende dienst verlenen aan de deelnemende gemeenten. Door als aankoopcentrale op te treden voor entiteiten die zelf geen doelstellingen van gemeentelijk belang nastreven zou de verwerende partij haar decretale bevoegdheden overschrijden.
Geen gebrek aan belang bij overschrijding van het gemeentelijk belang
De verwerende partij wierp vooreerst een exceptie van gebrek aan belang op, stellende dat de verzoekende partijen niet aantoonden welk nadeel zij leden door de beweerde schendingen.
De Raad volgde dit verweer niet.
De verzoekende partijen werden volgens de Raad immers verhinderd om hun kernactiviteit – de levering en plaatsing van ANPR-camera’s – uit te voeren. Enerzijds had de verwerende partij het toepassingsgebied van de opdracht tot nagenoeg het ganse grondgebied van België uitgebreid met een looptijd van zeven jaar en twee mogelijke verlengingen van telkens één jaar. Anderzijds door het gegeven dat de verzoekende partijen door de strenge selectiecriteria niet zou kunnen deelnemen aan de opdracht.
Het “gemeentelijk belang”: onbepaald, maar niet onbegrensd
De Raad herinnerde er vervolgens aan dat artikel 389 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat gemeenten samenwerkingsverbanden tot stand kunnen brengen met het oog op de gemeenschappelijke behartiging van doelstellingen van gemeentelijk belang en dat artikel 426 van hetzelfde decreet bepaalt dat de statuten van een dienstverlenende vereniging het voorwerp en de maatschappelijke doelstellingen van gemeentelijk belang duidelijk en beperkend moeten omschrijven.
De verwerende partij probeerde zich te weren door te wijzen op het feit dat nergens in het Decreet Lokaal Bestuur omschreven wordt hoe dat gemeentelijk belang precies ingevuld moet worden. Ook daarin volgde de Raad van State niet: het is niet omdat het gemeentelijk belang in die regelgeving onbepaald is, dat het daarom ook onbegrensd is.
De verwerende partij argumenteerde voorts dat het optreden als aankoopcentrale voor entiteiten buiten haar ledenbestand schaalvoordelen creëert die ook haar leden ten goede komen, en dat een coherente aanpak van verkeersveiligheid, overlast en criminaliteit niet uitsluitend door lokale besturen kan worden gerealiseerd.
Hoewel de Raad erkende dat deze argumenten inzake schaalvergroting en coherentie een verantwoording kunnen bieden voor een gemeenschappelijke behartiging van belangen en het optreden van de verwerende partij als aankoopcentrale, oordeelde hij echter dat de verwerende partij met deze argumentatie vooralsnog niet aannemelijk maakte dat de vermelding van élk van de afnemers – waaronder federale overheidsdiensten, gewestelijke agentschappen en Infrabel – kan worden ingepast in een doelstelling van gemeentelijk belang. De motieven daartoe bleken evenmin uit het administratief dossier.
De Raad van State benadrukte ten slotte dat het optreden als aankoopcentrale niet alleen in overeenstemming dient te zijn met de wetgeving inzake overheidsopdrachten, maar ook moet kunnen worden ingepast in de decretaal bepaalde doelstellingen van een dienstverlenende vereniging.
Het tweede onderdeel van het vierde middel werd bijgevolg ernstig bevonden.
Wat betekent dit concreet voor aankoopcentrales en raamovereenkomsten?
Het arrest verduidelijkt dat een dienstverlenende vereniging in de zin van het Decreet Lokaal Bestuur die optreedt als aankoopcentrale het bereik van haar opdrachten moet kunnen verantwoorden vanuit doelstellingen van gemeentelijk belang.
Het louter inroepen van schaalvoordelen of een coherente aanpak volstaat niet om het opnemen van federale overheidsdiensten of gewestelijke agentschappen als afnemers te rechtvaardigen. De motivering moet specifiek en voor de verscheidene afnemers aantonen waarom dit past binnen het gemeentelijk belang.
Samenwerkingsverbanden die momenteel optreden als aankoopcentrale doen er goed aan hun lopende en geplande raamovereenkomsten te toetsen aan de principes uit dit arrest.
***
Het Decreet Lokaal Bestuur verschaft geen concrete invulling van het begrip gemeentelijk belang. De specialisten overheidsopdrachtenrecht van GD&A Advocaten staan als vaste partner van de Vlaamse lokale besturen graag klaar om u hierin te begeleiden. Aarzel dan ook niet om contact op te nemen in geval van vragen!
[1] RvS 16 december 2025, nr. 265.209.
[2] Artikel 413 e.v. Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017