Lokale besturen die investeren in buitenschoolse kinderopvang krijgen een duwtje in de rug. Op 16 juni 2026 publiceerde de Algemene Administratie van de Fiscaliteit Circulaire 2026/C/67, waarmee zij zich formeel schikt naar het arrest nr. F.24.0044.N van het Hof van Cassatie van 22 januari 2026. Daarmee is de discussie over het toepasselijke btw-tarief op infrastructuur voor gemeentelijke buitenschoolse opvang in grote mate beslecht: wie voldoet aan de voorwaarden, geniet het verlaagde btw-tarief van 6%. In onze nieuwsbrief van 16 maart 2026 wezen wij reeds op de draagwijdte en het potentieel van dit cassatiearrest voor lokale besturen. De fiscus heeft die interpretatie nu formeel overgenomen, en dat is een snelle en positieve actie die verdient te worden toegejuicht.

Achtergrond: van het Hof van Beroep te Gent tot het Hof van Cassatie

Het verhaal begint met een Vlaamse stad die een centrale buitenschoolse kinderopvang bouwde op een locatie zonder eigenlijke schoolinfrastructuur, en die opvang zelf uitbaatte voor de leerlingen van alle scholen op haar grondgebied. De fiscus betwistte de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6%, maar het Hof van Beroep te Gent dacht daar op 10 oktober 2023 anders over. Het hof stelde vast dat buitenschoolse kinderopvang voor kleuter- en lager onderwijs, gelet op de huidige maatschappelijke realiteit, onontbeerlijk is om onderwijs daadwerkelijk te kunnen organiseren. Ouders werken doorgaans tijdens de schooluren, kinderen zijn te jong om alleen thuis te blijven, en zonder structureel georganiseerde opvang kan een basisschool haar onderwijsopdracht praktisch niet waarmaken.

Het Hof van Cassatie verwierp op 22 januari 2026 het cassatieberoep van de Belgische Staat en bevestigde de redenering van het Gentse hof volledig. De uitkomst is helder: de dienst van kinderopvang die een gemeente organiseert voor alle kinderen van het kleuter- en lager onderwijs op haar grondgebied, hangt nauw samen met de vrijgestelde onderwijsdienst in de zin van artikel 44, § 2, 4°, a) van het Btw-Wetboek, en rechtvaardigt de toepassing van het verlaagde tarief van 6%.

Wat de circulaire van 16 juni 2026 concreet betekent

Met Circulaire 2026/C/67 heeft de fiscus zijn formele standpunt bijgesteld. De administratie erkent dat buitenschoolse kinderopvang als een nauw met onderwijs samenhangende dienst in de zin van artikel 44, § 2, 4°, a) Btw-Wetboek moet worden aangemerkt, mits cumulatief aan twee voorwaarden is voldaan:

  • de opvang op schooldagen maar buiten de schooluren wordt georganiseerd door een stad, gemeente of ander publiekrechtelijk lichaam, dan wel door een organisatie met soortgelijke doeleinden in de zin van circulaire AAFisc nr. 50/2013 (nr. E.T.124.537) van 29 november 2013;
  • de buitenschoolse kinderopvang voor kleuter- en lager onderwijs is onontbeerlijk om betreffend onderwijs te kunnen aanbieden.

Belangrijk is ook wat het Hof van Cassatie uitdrukkelijk heeft verduidelijkt over de locatievereiste: noch uit de wettelijke bepalingen, noch uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat een dienst niet als “nauw samenhangend” kan worden aangemerkt louter omdat die dienst niet op dezelfde locatie als de school plaatsvindt. Een centraal gelegen opvanggebouw buiten de schoolsite valt dus wel degelijk binnen het toepassingsgebied van rubriek XL van tabel A bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970, dat het verlaagde tarief van 6% vaststelt voor leveringen van gebouwen bestemd voor vrijgesteld onderwijs alsook voor werken in onroerende staat en onroerende financieringshuur met betrekking tot dergelijke gebouwen.

Gemengd gebruik: een aandachtspunt voor de praktijk

De circulaire herinnert er tevens aan dat een gebouw slechts als schoolgebouw wordt aangemerkt wanneer het hoofdzakelijk wordt gebruikt voor vrijgestelde onderwijsdiensten of nauw daarmee samenhangende diensten. Bij gemengd gebruik, bijvoorbeeld wanneer een opvanggebouw ook wordt ingezet voor vakantiewerking, speelpleinwerking of de opvang van kinderen jonger dan 2,5 jaar, dient het bestuur steeds na te gaan of het gebruik dat door rubriek XL wordt beoogd, overwegend is.

De circulaire actualiseert daartoe de voorbeelden 26 en 27 van Circulaire 2018/C/6 van 18 januari 2018. Concreet: wanneer een gemeente zelf de buitenschoolse opvang organiseert voor zowel het gemeentelijk onderwijs, het gemeenschapsonderwijs als het vrij onderwijs in de buurt, komen de werken aan het opvanggebouw wél in aanmerking voor het verlaagde btw-tarief van 6%, mits het gebouw hoofdzakelijk wordt gebruikt voor vrijgestelde onderwijsdiensten of nauw daarmee samenhangende diensten. De loutere terbeschikkingstelling van een gebouw aan een private instelling volstaat daarvoor niet.

Onterecht 21% betaald? Terugvordering is mogelijk

De circulaire sluit niet zonder meer af voor het verleden. Leveranciers of dienstverrichters die ten onrechte het normale btw-tarief van 21% hebben toegepast, kunnen op grond van artikel 77, § 1, 1° van het Btw-Wetboek in principe een recht op teruggaaf uitoefenen overeenkomstig de normale regels. Lokale besturen die in het verleden investeringen hebben gedaan voor soortgelijke infrastructuur, doen er goed aan hun dossiers te laten doorlichten op mogelijke terugvorderingsaanspraken, rekening houdend met de verjaringstermijnen. Er is verjaring voor de vordering tot teruggaaf van de belasting, van de nalatigheidsinteresten en van de administratieve geldboeten, na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van teruggaaf van die belasting, nalatigheidsinteresten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan (art. 82bis WBTW).

Conclusie: een duidelijk signaal voor besturen die investeren in kinderopvang

Het arrest van het Hof van Cassatie en de snelle bijsturing van de fiscus in Circulaire 2026/C/67 bieden lokale besturen een stevige juridische grondslag om investeringen in buitenschoolse kinderopvang fiscaal efficiënt te structureren. De combinatie van een heldere rechtspraak en een administratieve circulaire die die rechtspraak uitdrukkelijk volgt, geeft bestuurders en hun financiële diensten het nodige houvast.

***

Bij GD&A Advocaten begrijpen we als geen ander het belang van deze materie. Ons team staat dan ook steeds klaar om uw bestuur met kennis van zaken bij te staan.

Auteur(s):

Nathalie Wouters en Steven Michiels

Leave a Reply