Skip to main content

Samenvatting

Op 5 juli 2025 keurde de Vlaamse Regering het uitvoeringsbesluit goed bij het decreet van 17 mei 2024 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse andere decreten (hierna: Decreet Modernisering MER).

De nieuwe MER-regelgeving zal in werking treden vanaf 1 december 2025 en vanaf die datum zullen alle nieuwe omgevingsvergunningsaanvragen rekening moeten houden met de gewijzigde MER-procedure.

Eén van de belangrijkste wijzigingen is de afschaffing van de ontheffing van de project-MER-plicht, waarbij bijlage II van het project-MER-besluit wordt geschrapt. Enkel de volwaardige project-MER en de MER-screening worden behouden. De lijst van de MER-screeningsplichtige projecten, waarvoor de gemeente in eerste aanleg bevoegd wordt gemaakt, wordt hierdoor uitgebreid.

Deze lijst omvat vanaf 1 december 2025 zowel de huidige bijlage II als de bijlage III projecten. Dit heeft concreet tot gevolg dat gemeentebesturen binnen een paar weken de MER-screening van de huidige bijlage II én bijlage III-projecten van het project-MER dienen uit te voeren.

Daarnaast wordt ook voorzien in de oprichting van het Vlaams Expertisecentrum Milieueffectrapportage (VECM). Dit nieuwe MER-platform, ondergebracht bij het Team Omgevingseffecten, heeft als voornaamste doel de ondersteunende, kennisdelende en adviserende rol binnen de milieueffectrapportage verder te versterken.

Hieronder worden de belangrijkste principes en wijzigingen toegelicht.

Vereenvoudiging

Afschaffing ontheffing project-MER-plicht en vereenvoudiging screeningsproces: uitbreiding taken en verantwoordelijkheid van de gemeentelijke omgevingsambtenaar

Eén van de meest opvallende wijzigingen in de nieuwe MER-regelgeving is de afschaffing van de mogelijkheid om een ontheffing van de project-MER-plicht te bekomen. Het systeem waarbij initiatiefnemers voor bepaalde categorieën van projecten een gemotiveerd verzoek tot ontheffing konden indienen (zoals bepaald in de huidige bijlage II van het MER-besluit) verdwijnt volledig.

Voortaan wordt een duidelijke tweedeling ingevoerd:

  • Een lijst van projecten waarvoor een MER verplicht is (de bestaande bijlage I), en
  • Een lijst van projecten waarvoor een voorafgaande screening vereist is (de vernieuwde “screeningsbijlage II”).

De vroegere “ontheffingsrubrieken” worden geïntegreerd in deze nieuwe bijlage II, samen met de categorieën die voorheen in bijlage III stonden. Voor de MER-screening blijft de (gemeentelijke) omgevingsambtenaar (GOA), als orgaan van de gemeente als vergunningverlenende overheid in eerste aanleg bevoegd. Dit betekent dat de lijst van projecten, waarover de omgevingsambtenaar moet oordelen, wordt uitgebreid. De gemeente verkrijgt aldus meer verantwoordelijkheid en een groter takenpakket.

Voor elk project dat onder deze screeningsrubrieken valt, moet minstens een MER-screening worden uitgevoerd om na te gaan of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Zo er weldegelijk aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn, zal een project-MER dienen te worden opgemaakt. De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt deze beslissing.

Het decreet bepaalt hierbij nog steeds dat de screening tijdens het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek dient gebeuren en ten laatste binnen de 90 dagen.

De MER-screening zelf wordt hierbij wel versneld en vereenvoudigd. Zo kan er sneller worden nagegaan of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn.

De initiatiefnemer hoeft voortaan niet langer aan te tonen dat er géén aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Zodra uit een beperkt onderzoek blijkt dat dergelijke effecten mogelijk zijn, dringt de opmaak van een volwaardig milieueffectrapport (MER) zich op.

Artikel 4.3.6, §4 DABM bepaalt daarbij uitdrukkelijk welke elementen minimaal in de MER-screeningsnota moeten worden opgenomen:

  • Een omschrijving van de fysieke kenmerken van het project en de locatie;
  • Een overzicht van de mogelijke aanzienlijke milieueffecten;
  • Indien informatie over deze effecten beschikbaar, een beschrijving van de mogelijke aanzienlijke milieueffecten ten gevolgen van residuen, emissies, afval en gebruik van natuurlijke hulpbronnen; en
  • Beschrijving van maatregelen om aanzienlijke milieueffecten te vermijden of te beperken.

Indien uit de screening blijkt dat aanzienlijke milieueffecten niet kunnen worden uitgesloten, is de opmaak van een volledig MER verplicht.

Ook voor plannen en programma’s wordt de mogelijkheid om een ontheffing van de MER-plicht aan te vragen definitief afgeschaft.

Initiatiefnemers behouden wel de vrijheid om vrijwillig onmiddellijk een MER op te maken, zonder voorafgaande screening, zoals voorzien in het Decreet Modernisering MER.

De categorieën opgenomen in bijlage I blijven niettemin ongewijzigd: deze projecten blijven onverkort MER-plichtig.

“Gedeeld eigenaarschap”

Naast de vereenvoudiging van de regelgeving ligt de nadruk op kennisdeling en gedeelde verantwoordelijkheid, met het oog op het waarborgen van een kwalitatieve MER.

Hierbij wordt ingezet op gedeeld eigenaarschap, waarbij initiatiefnemer, deskundigen, overheid en adviesinstanties samen instaan voor een kwalitatieve en efficiënte milieueffectrapportage.

Het is dan ook de bedoeling dat adviesverlenende instanties niet langer enkel beoordelen, maar ook actief bijdragen aan het versterken van kennis en kwaliteit.

Centraal daarin staat de oprichting van het Vlaams Expertisecentrum Milieueffectrapportage (VECM) binnen het Departement Omgeving. Het VECM zal fungeren als een kennis- en adviescentrum en ondersteunt via advies, informatie en digitale tools het volledige MER-proces – van screening en scoping tot advies over het uiteindelijke MER-rapport, dat ze goed- of afkeurt. Hierbij kunnen zowel initiatiefnemers als bevoegde overheden reeds advies vragen in het kader van het ontwerp van de screenings- en scopingsnota.

Digitalisering

De nieuwe MER-regelgeving zet ten slotte sterk in op digitalisering en gebruiksvriendelijke online ondersteuning. Zo zullen er verschillende digitale tools ter beschikking worden gesteld, waaronder:

  • Een project-MER-plichttool, die als hulpmiddel dient om te bepalen of voor een project een volwaardig MER moet worden opgemaakt, een project-MER-screening moet worden uitgevoerd, of het project niet MER-plichtig is;
  • Een project-MER-screeningstool, die nagaat of er mogelijk aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn op basis van de ingevoerde gegevens;
  • Een digitaal loket en MER-platform voor adviesuitwisseling en coördinatie; en
  • Een kennisplatform, beheerd door het VECM.
  • Hierbij dient nog te worden benadrukt dat het gebruik van de project-MER-plichttool en de project-MER-screeningstool niet verplicht is, maar wel een waardevolle ondersteuning kan bieden bij het voorbereiden en motiveren van een MER-dossier.

Conclusie

De inwerkingtreding van de nieuwe MER-regelgeving op 1 december 2025 markeert een belangrijke stap in de verdere modernisering van de milieueffectrapportage in Vlaanderen. De lijst van de screeningsplichtige projecten wordt uitgebreid. Hierdoor krijgt de gemeentelijke omgevingsambtenaar meer bevoegdheden en meer taken.

De hervorming leidt tot meer verantwoordelijkheden voor de gemeente maar voert ook een nieuwe werkwijze in, met meer nadruk op samenwerking, digitalisering en efficiëntere procedures.

GD&A Advocaten staat klaar om uw gemeente te voorzien van professioneel advies en begeleiding met betrekking tot deze recente wijzigingen.

Indien u meer informatie of advies wenst omtrent de impact van het Decreet Modernisering MER op zowel bestaande als nieuwe projectaanvragen of planinitiatieven, aarzel dan niet om GD&A Advocaten te contacteren!

Auteur(s):

Alisa Konevina i.s.m. Matthias Callebaut

Leave a Reply