Het Gerecht van de Europese Unie heeft in een arrest van 1 juli 2026[1] de gunningsbeslissing van het Europees Defensieagentschap (EDA) voor een raamcontract inzake satellietcommunicatie vernietigd. Het consortium Airbus Defence and Space / Marlink Events had de afwijzing van zijn offerte en de gunning aan Telespazio France betwist. Het Gerecht oordeelde dat het EDA de motiveringsplicht had geschonden door gedetailleerde scores achter te houden, en kennelijke beoordelingsfouten had gemaakt bij de evaluatie van de winnende offerte. Het kende het consortium daarnaast een schadevergoeding van ruim 4,3 miljoen euro toe voor het verlies van een serieuze kans.

Relevante feiten

Het EDA schreef in maart 2023 een openbare aanbesteding uit voor een raamcontract voor satellietcommunicatiediensten en aanverwante apparatuur, met een looptijd van maximaal 48 maanden. Er dienden twee inschrijvers een offerte in: het consortium Airbus Defence and Space / Marlink Events en Telespazio France.

Op 12 december 2023 verwierp het EDA de offerte van het consortium en gunde het contract aan Telespazio France. Tijdens de standstill-periode maakte het consortium bezwaren kenbaar en vroeg het om meer gedetailleerde informatie over de scores. Het EDA schorste tijdelijk de ondertekening van het contract en vroeg verduidelijkingen aan Telespazio France, maar bevestigde bij brief van 23 januari 2024 de gunningsbeslissing en weigerde om de gevraagde scores mee te delen. Op 24 januari 2024 ondertekende het EDA het contract met Telespazio France.

Het consortium stelde een beroep tot nietigverklaring in bij het Gerecht, gecombineerd met een vordering tot schadevergoeding.

Motiveringsplicht versus vertrouwelijkheid: het juiste evenwicht

Het eerste middel betrof de motiveringsplicht van het EDA. Het agentschap had geweigerd om de gedetailleerde scores voor de financiële subcriteria mee te delen, met een beroep op de vertrouwelijkheid en de commerciële belangen van de winnende inschrijver.

Het Gerecht oordeelde dat de motiveringsplicht niet wordt opgeheven door een abstract beroep op vertrouwelijkheid. De aanbestedende dienst moet een evenwicht zoeken: voldoende informatie verstrekken opdat de afgewezen inschrijver de beslissing kan begrijpen en desgevallend aanvechten, doch zonder de bedrijfsgeheimen van de winnende inschrijver prijs te geven.

Dit oordeel sluit aan bij de vaste rechtspraak van de Raad van State, die eveneens heeft verduidelijkt dat de formele motiveringsplicht moet worden verzoend met de vertrouwelijkheidsplicht, maar dat een beknopte motivering in algemene termen kan volstaan wanneer bepaalde gegevens vertrouwelijk zijn.[2] Het Gerecht van de EU trekt hier evenwel een duidelijke ondergrens: zelfs een beknopte motivering veronderstelt dat de afgewezen inschrijver enig inzicht krijgt in de beoordelingslogica.

De praktische implicatie is duidelijk: een aanbesteder die concreet en gedetailleerd wil motiveren, kan dat ook wanneer vertrouwelijke gegevens in het spel zijn; een loutere verwijzing naar de vertrouwelijkheid van de offerte zonder enige inhoudelijke toelichting volstaat niet. Omgekeerd is een vaag antwoord zonder enig inzicht in de scores voor een afgewezen inschrijver een signaal dat de motiveringsplicht mogelijk niet is nageleefd.

Kennelijke beoordelingsfouten en gelijke behandeling

Het Gerecht stelde vast dat het EDA kennelijke beoordelingsfouten had gemaakt bij het toekennen van de maximumscore aan Telespazio France voor een optionele UHF-vereiste (O-007). Het Gerecht erkent weliswaar dat de aanbestedende dienst over een ruime beoordelingsmarge beschikt bij de evaluatie van offertes, maar die marge wordt begrensd door de verplichting om de criteria uit het bestek consistent toe te passen en alle inschrijvers gelijk te behandelen.

Ook de Raad van State hanteert deze benadering: de aanbesteder beschikt over een aanzienlijke beslissingsruimte, maar de Raad toetst wel of zij is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen.[3]

Het Gerecht verwierp overigens het argument van het consortium dat het zelf de maximumscore had moeten krijgen, omdat de door Airbus voorgestelde UHF-capaciteit niet onmiddellijk beschikbaar was en afhing van toekomstige ontwikkelingen. Het gelijkheidsbeginsel werkt dus in beide richtingen: de aanbestedende dienst moet consistent beoordelen, maar de inschrijver kan niet verwachten dat toekomstige capaciteiten op dezelfde voet worden beoordeeld als reeds beschikbare capaciteiten.

De Raad van State heeft onlangs nog in niet mis te verstane bewoordingen herinnerd aan de procedurele gelijkheid doorheen de gehele plaatsingsprocedure, tot en met het indienen van de definitieve offerte.[4]

Schadevergoeding: het verlies van een serieuze kans

Het Gerecht kende het consortium een schadevergoeding toe op grond van het verlies van een serieuze kans om het contract te winnen. Het hoefde niet vast te stellen dat het consortium het contract met zekerheid zou hebben gewonnen; het volstond dat het een reële kans had verloren.

Die kans was bijzonder groot, nu er slechts twee inschrijvers waren en de offerte van het consortium als conform was beschouwd.

Het Gerecht hanteerde een becijferde formule: een geschatte waarde van de aankopen via het raamcontract van 65 miljoen euro (het Gerecht volgde de verzoekers niet in hun raming van 250 miljoen euro), een verdeelsleutel van 89,4% voor Airbus Defence and Space en 10,6% voor Marlink Events op basis van de facturatie uit het voorgaande contract, een nettomarge van 7%, en een waarschijnlijkheidspercentage van 95%. Het resultaat: 3.864.315 euro voor Airbus Defence and Space en 458.185 euro voor Marlink Events, vermeerderd met moratoire interesten.

De vordering tot vergoeding van de offertevoorbereidingskosten werd afgewezen wegens onvoldoende bewijsstukken. Het consortium had enkel een Excel-tabel en een attest van een directeur overgelegd, maar geen facturen. Het Gerecht herinnerde eraan dat het aan de verzoeker toekomt om het bestaan en de omvang van zijn schade aan te tonen met deugdelijke boekhoudkundige bewijsstukken.

En wat hebben we geleerd…

Ten eerste: motiveer concreet, ook wanneer vertrouwelijke gegevens in het spel zijn. Vertrouwelijkheid ontslaat uw bestuur niet van de plicht om de afgewezen inschrijver voldoende inzicht te geven in de beoordelingslogica.

Ten tweede: beoordeel consistent. Pas de gunningscriteria en technische vereisten met dezelfde strengheid toe op alle inschrijvers. Een kennelijke beoordelingsfout kan de gehele gunning onderuit halen en een schadeclaim in gang zetten.

Ten derde: anticipeer op schadeclaims. Bij een procedure met een beperkt aantal inschrijvers kan het verlies van een serieuze kans immers tot aanzienlijke schadevergoedingen leiden.

***

Het gespecialiseerd overheidsopdrachtenteam staat met zijn deskundige kennis en aantoonbare ervaring steeds klaar om zowel aanbesteders als inschrijvers met raad en daad bij te staan. Aarzel dus niet om ons te contacteren bij vragen omtrent de motivering van gunningsbeslissingen, de beoordeling van offertes of de betwisting van plaatsingsprocedures!

***

[1] Ger.EU (vijfde kamer, uitgebreide samenstelling) 1 juli 2026, zaak T-105/24, Airbus Defence and Space en Marlink Events t. Europees Defensieagentschap.

[2] RvS 28 januari 2026, nr. 265.602.

[3] Zie o.m. RvS 27 juni 2025, nr. 263.795 en RvS 26 maart 2024, nr. 259.272.

[4] RvS 30 januari 2026, nr. 265.628 en RvS 18 januari 2024, nr. 258.496.

Auteur(s):

Abdellatif Haddouchi en Gitte Laenen

Leave a Reply