Skip to main content

Na jaren van rechtsonzekerheid door het Wasserij-arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft de Vlaamse decreetgever eindelijk een oplossing in de maak. Gemeentelijke projecten worden vanaf nu in eerste aanleg behandeld door de deputatie. Het Reparatiedecreet van 19 november 2025 voert een duidelijke bevoegdheidsescalatie in die belangenconflicten bij screeningsplichtige vergunningsaanvragen van de eigen gemeentelijke (of provinciale) overheid moet vermijden.

De juridische achtergrond van het probleem
Het probleem begon in 2022 met het zogenaamde Wasserij-arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 6 oktober 2022. De Raad oordeelde dat de MER-screening van gemeentelijke projecten door de gemeentelijke omgevingsambtenaar strijdig was met de ‘no conflict of interest’-regel uit de Europese project MER-richtlijn. Een objectieve beoordeling van de MER-screening kon in dit geval dan ook niet worden gewaarborgd.

Het Hof van Justitie bevestigde op 8 mei 2025 in zaak C-236/24 dat ook bij screeningsplichtige projecten een passende scheiding tussen de omgevingsambtenaar en aanvrager vereist is. De omgevingsambtenaar moet werkelijk autonoom zijn met eigen administratieve middelen en personeel om objectief te kunnen oordelen.

Het falen van het Spoeddecreet
De Vlaamse decreetgever probeerde in april 2024 een oplossing te bieden via het zogenaamde Spoeddecreet. Dit decreet wilde de autonomie van de omgevingsambtenaren versterken zodat zij nog steeds konden oordelen over MER-screenings van hun eigen overheid.

Het Grondwettelijk Hof oordeelde echter op 18 september 2025 in arrest nr. 122/2025 dat deze spoedoplossing onvoldoende was. Het Hof stelde dat de loutere aanwijzing van omgevingsambtenaren door de gemeenteraad of provincieraad niet volstond om te besluiten dat zij beschikken over ‘werkelijke autonomie’. Ook het feit dat het Spoeddecreet nog eens de onafhankelijkheid van de omgevingsambtenaar in de verf zette, kon het Hof niet overtuigen. Het Omgevingsvergunningsdecreet bevatte volgens het Hof nog steeds onvoldoende structurele en organisatorische waarborgen om een objectieve beoordeling te verzekeren.

De langverwachte oplossing via bevoegdheidsescalatie
Het Reparatiedecreet van 19 november 2025 voert nu een eenvoudige en duidelijke bevoegdheidsescalatie in. Gemeentelijke vergunningsaanvragen van de eigen gemeente waarvoor een project-MER of project-MER-screening vereist is, worden voortaan behandeld door de deputatie. Provinciale vergunningsaanvragen van de eigen provincie gaan naar de Vlaamse Regering.

Deze escalatie geldt ook wanneer het college van burgemeester en schepenen of de deputatie slechts medeaanvrager zijn van een project.

Het decreet zorgt ervoor dat potentiële belangenconflicten daadwerkelijk worden voorkomen, zoals vereist door artikel 9bis van de Europese MER-richtlijn.

Praktische gevolgen voor gemeenten en provincies
Voor gemeentebesturen betekent dit dat zij vanaf nu de eigen screeningsplichtige projecten moeten indienen bij de deputatie.

Provincies moeten hun eigen screeningsplichtige projecten voortaan indienen bij de Vlaamse Regering.

Niet-screeningsplichtige vergunningsaanvragen van de eigen gemeente of deputatie blijven wel de gewone bevoegdheidsregels volgen en kunnen – in voorkomend geval – nog steeds worden ingediend bij de gemeentelijke of provinciale overheden omdat deze niet vallen onder de toepassing van de Europese MER-richtlijn.

Retroactieve werking vanaf 19 september 2025
De decreetgever heeft gekozen voor een beperkte retroactieve werking vanaf 19 september 2025, de dag na het arrest van het Grondwettelijk Hof.

Deze retroactiviteit is noodzakelijk om de vergunningsaanvragen te regulariseren die, na het arrest van het Grondwettelijk Hof en op basis van de aanbeveling van het Departement Omgeving, reeds volgens de nieuwe escalatieregels bij de deputatie of Vlaamse Regering werden ingediend, ondanks het ontbreken van een formele decretale basis op dat moment.

Wat betekent dit voor de praktijk
Dossierbehandelaars bij gemeenten en provincies moeten hun werkwijze aanpassen. Voortaan moeten zij bij elk eigen project of een project waar de gemeente of provincie medeaanvrager zijn eerst controleren of er een MER-screening vereist is. Indien dit het geval is, moet het dossier worden doorverwezen naar respectievelijk de deputatie of de Vlaamse Regering.

Gemeentelijke projecten die screeningsplichtig zijn, mogen niet langer door de eigen administratie worden behandeld. Dit kan gevolgen hebben voor timing en planning van projecten.

Europese conformiteit eindelijk verzekerd?
Het nieuwe decreet lijkt in lijn met de rechtspraak van zowel het Hof van Justitie als het Grondwettelijk Hof. Door de bevoegdheidsescalatie wordt de vereiste ‘passende scheiding’ tussen conflicterende functies daadwerkelijk gerealiseerd. De impasse die sinds het Wasserij-arrest in 2022 bestond, lijkt hiermee eindelijk opgelost.

Bij GD&A Advocaten begrijpen we als geen ander het belang van deze materie. Ons team staat dan ook steeds klaar om uw bestuur met kennis van zaken bij te staan.

Auteur(s):

Alisa Konevina i.s.m. Matthias Callebaut

Leave a Reply