Toelichting bij de noodzaak tot aanpassing

Met de inwerkingtreding van het Decreet Gemeentewegen op 1 september 2019 werd de verouderde Buurtwegenwet van 10 april 1841 vervangen door een nieuw, procedureel vereenvoudigd en op elkaar afgestemd kader. In de praktijk werd deze ambitie echter niet volledig waargemaakt: de doorlooptijden van geïntegreerde vergunningsprocedures namen aanzienlijk toe, mede door meerdere beroepsmogelijkheden, en de interpretatie van kernbegrippen – zoals het begrip ‘feitelijke rooilijn’ – zorgde voor rechtsonzekerheid.

Het recente arrest van de Raad van State van 12 januari 2026 (nr. 265.386) stelde deze inefficiëntie opnieuw scherp: de gemeenteraad – niet de vergunningverlenende overheid – dient de bestemmingsconformiteit van de aangevraagde aanpassingen aan het gemeentelijk wegennet te beoordelen (zie eerdere nieuwsbrief).

Aanleiding: het Regeerakkoord 2024-2029 en het Actieprogramma Vergunnen

De nood aan optimalisatie werd ook op politiek niveau erkend. Het Regeerakkoord 2024-2029 nam de doelstelling op om de vergunningsprocedures te verbeteren, met inbegrip van aanpassingen aan het Decreet Gemeentewegen, wat – met ondersteuning van een Gemengde Commissie Vergunningen – resulteerde in het ‘Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen’.

Op 17 juli 2026 keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van decreet goed dat uitvoering geeft aan dit Actieprogramma en tegelijk ingrijpende optimalisaties doorvoert aan de regeling rond gemeentewegen. De belangrijkste krachtlijnen van deze wijzigingen komen hierna aan bod.

Een beperkter beoordelingskader

De artikelen 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen vormen de ruggengraat van de beoordeling die de gemeenteraad moet verrichten, met elementen zoals de verkeersveiligheid, het algemeen belang en de ontsluiting van aangrenzende percelen.

In het voorontwerp wordt in artikel 4, punt 3° de zinsnede en de ontsluiting van aangrenzende percelen […]” geschrapt en wordt punt 5° voor wat de behoeftenafweging betreft in zijn geheel opgeheven, aangezien deze elementen geacht worden voldoende te zijn vervat in de beoordeling van het algemeen belang (punt 1°).

Daarnaast wordt de vergoedingsregeling van artikel 28 volledig geschrapt, zonder alternatieve regeling: een begroting van de min- of meerwaarde en een schattingsverslag zullen in dat geval niet langer vereist zijn bij rooilijnplannen.

Gewijzigde geïntegreerde procedure

Een rooilijnplan is niet langer vereist bij een vergunningsaanvraag: het volstaat voortaan dat de aanpassingen ‘grafisch aangeduid’ worden op de vergunningsplannen. Bij gebrek aan een rooilijnplan geldt de later gerealiseerde toestand niet als ‘rooilijn’, maar louter als ‘feitelijke weggrens’.

Verduidelijkt wordt wanneer er geen sprake is van een wijziging aan het gemeentelijk wegennet, zoals bij tijdelijke wijzigingen of wijzigingen in het kader van werken aan gewest- of spoorwegen. In die gevallen moet de gemeenteraad zich niet langer uitspreken.

De beoordelingsbevoegdheid van de gemeenteraad wordt verder ingeperkt: zij spreekt zich niet langer uit over de ‘waterhuishouding’ (voortaan een bevoegdheid van de vergunningverlenende overheid) of over de bestemmingsconformiteit. Bovendien vervallen de beperkingen van het huidige artikel 12, §2, zodat aanpassingen aan gemeentewegen opgenomen in een BPA of RUP voortaan mogelijk worden.

De rechtsbescherming wordt tot slot afgestemd op de vergunningsprocedure: de beroepstermijnen worden gelijkgeschakeld, het afzonderlijk administratief beroep tegen de gemeenteraadsbeslissing verdwijnt en de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt bevoegd. Bij een weigering van de ‘zaak van de wegen’ moet de gemeenteraad voortaan ook toelichten hoe de aanvrager aan haar bezwaren tegemoet kan komen.

Nieuwigheden ‘reguliere’ procedures

De termijn om een rooilijnplan of grafisch plan definitief vast te stellen na het openbaar onderzoek wordt verlengd van zestig naar negentig dagen, wat de gemeenteraden meer ruimte geeft om op ingediende bezwaren te reageren.

De ‘erkenningsprocedure’ van artikel 13 wordt ook vereenvoudigd: voortaan volstaat de vaststelling van het dertigjarig publiek gebruik door de gemeenteraad, gestaafd met een grafisch plan (geen rooilijnplan), zonder afzonderlijke of meertrapse rooilijnprocedure.

Niet-gerealiseerde rooilijnen kunnen voortaan bij ‘eenvoudig gemeenteraadsbesluit’ worden opgeheven, zonder rooilijnprocedure met openbaar onderzoek – nuttig om verouderde rooilijnplannen, waaronder in oude BPA’s of RUP’s, te optimaliseren.

Ten slotte verdwijnt de administratieve beroepsmogelijkheid bij de Vlaamse Regering ook hier (artikelen 24 en 25): voortaan is enkel nog een procedure bij de Raad van State mogelijk.

Eerste analyse en bedenkingen

De voorziene aanpassingen kunnen tot een efficiëntere procedure leiden, maar creëren mogelijk ook nieuwe knelpunten: rooilijnplannen zullen minder worden gehanteerd, waardoor de feitelijke toestand – in combinatie met de vergunningsplannen – het uitgangspunt wordt, met potentiële discussies tot gevolg.

Verder beoogt ook de gewijzigde rechtsbescherming, met het verdwijnen van het administratief wegenberoep, ongetwijfeld bij te dragen aan kortere procedurele doorlooptijden, doch lijkt dit alleszins neer te komen op een vermindering van het bestaande niveau aan rechtsbescherming, hetgeen in het verleden door het Grondwettelijk Hof reeds problematisch is gebleken. Dit terwijl de vrees voor het blokkeren van vergunningsdossiers – zij het verzwakt – blijft bestaan.

Het betreft vooralsnog weliswaar een eerste principiële goedkeuring: SARO, Minaraad, VTC, de Raad van State en het Vlaams Parlement moeten zich nog over de tekst uitspreken, zodat het ontwerp op punten nog kan worden bijgestuurd.

Doch alleszins mag verwacht worden dat finaal het Grondwettelijk Hof zich hierover ook nog zal dienen te buigen, net zoals zij dit al eerder heeft moeten doen bij het Decreet Gemeentewegen zelf.

GD&A en de ‘zaak van de wegen’: seminarie en webinar in aantocht

Bij GD&A Advocaten begrijpen we als geen ander het belang van deze materie. Ons team staat dan ook steeds klaar om uw bestuur met kennis van zaken bij te staan.

Wilt u zich verder verdiepen in de juridische spelregels en de strategische keuzes? Schrijf u in voor ons seminarie ‘De zachte omleiding: bemiddeling als alternatieve route in gemeentelijke wegenprojecten’ waarin dit onderwerp besproken zal worden, in Lokeren en/of Eksel, via onze website: Agenda – GD&A Advocaten.

Houd zeker ook onze aankomende webinars in het oog, aangezien dit onderwerp ook daar besproken zal worden.

Auteur(s):

Dylan Vercammen en Jonas De Wit

Leave a Reply