De energietransitie is geen toekomstmuziek meer. Ze graaft zich letterlijk een weg door onze straten en wijken. Met het Vlaams Regeerakkoord 2024-2029 dat resoluut inzet op lokale verwarmings- en koelingsplannen, krijgen steden en gemeenten een prominente regierol toebedeeld in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De realisatie van warmte- en koudenetten vormt daarin een centraal beleidsthema. Tijd dus om het juridisch landschap scherp in beeld te brengen, want wie de spelregels kent, bepaalt het spel.

Wat is een warmtenet?

In de volksmond spreekt men van ‘stadsverwarming’. Het principe is even eenvoudig als doeltreffend: via een netwerk van hoofdzakelijk ondergrondse, geïsoleerde pijpleidingen wordt een warmtevoerend medium — doorgaans warm water of stoom — van een (de)centrale warmtebron naar meerdere eindgebruikers getransporteerd. Woningen, scholen, zorginstellingen en bedrijven worden zo gezamenlijk van warmte voorzien, in plaats van elk afzonderlijk te stoken op aardgas of stookolie.

Het Energiedecreet van 8 mei 2009 definieert stadsverwarming als “de distributie van thermische energie in de vorm van stoom, warm water of gekoelde vloeistoffen vanuit een centrale of decentrale productie-installatie via een netwerk dat verbonden is met meerdere gebouwen of locaties, voor het verwarmen of koelen van ruimten of processen” (artikel 1.1.3, 113/1/1° Energiedecreet). Een warmtenet zelf wordt omschreven als “het geheel van onderling verbonden leidingen en de daarmee verbonden hulpmiddelen die noodzakelijk zijn voor stadsverwarming of -koeling, met uitsluiting van netwerken op een industriële site” (artikel 1.1.3, 133°/2 Energiedecreet).

Belangrijk wel om mee te nemen: warmtenetten zijn op zichzelf geen duurzame energiebron, maar een transportmiddel voor collectieve warmte. Of een warmtenet ‘groen’ is, hangt volledig af van de warmtebron die het net voedt. Die warmtebron kan diverse gedaanten aannemen: restwarmte uit een afvalverwerkingsinstallatie of industrieel proces, geothermische energie, biomassa, zonthermie, aquathermie, …..

Hoe werkt een warmtenet?

Een warmtenet functioneert als een grote centrale verwarming op wijk-, stads- of regioniveau. Het systeem bestaat uit een transportnet dat warmte van de producent naar de afnamegebieden vervoert, en een distributienet dat de warmte verder verdeelt tot bij de individuele afnemer. Na afgifte van de warmte keert het warmtevoerend medium via een retourleiding terug naar de productie-installatie: een gesloten circuit.

De permanente aanwezigheid van een betrouwbare warmtebron, gecombineerd met voldoende afname binnen een beperkte afstand, vormt de hoofdvoorwaarde voor een economisch verantwoord warmtenet. Vooral in dichtbebouwde kernen bieden warmtenetten een collectieve oplossing waar individuele warmtepompen minder voor de hand liggen, (o.a. omwille van de diverse ‘hinderaspecten’ die niet altijd even wenselijk worden geacht).

Waarom warmtenetten relevant zijn voor de energietransitie

De aanleg van een warmtenet is -bij uitstek- de techniek om gehele straten en wijken aardgasvrij te krijgen. Naast substantiële CO₂-reductie staat een warmtenet garant voor een grotere energie-onafhankelijkheid. Het Warmterapport Vlaanderen schat het potentieel op 25 tot 52% uit restwarmte alleen.

Daar waar in gebieden met voldoende dichtheid aan warmtevraag individuele oplossingen minder opportuun zijn, bieden collectieve oplossingen zoals warmtenetten een gedragen alternatief.  Warmte- en koudenetleidingen op openbaar domein werden overigens reeds vrijgesteld van omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, precies om de uitrol ervan te versnellen.

Het Vlaams regulerend kader: een ‘lichte’ regulering met groeipotentieel

Het Vlaamse juridisch kader voor warmtenetten kwam moeizaam tot stand. Na een resolutie van het Vlaams Parlement in 2013, duurde het tot het decreet van 10 maart 2017 vooraleer een regelgevend kader werd geïntroduceerd, dat in werking trad op 1 april 2019. Deze sectorspecifieke regelgeving is terug te vinden in Titel IV/1 van het Vlaams Energiedecreet en Titel III/1 van het Energiebesluit.

Het betreft een bewust ‘lichte’ regulering: taken en rollen worden gedefinieerd, zonder exclusieve toewijzing en zonder de elektriciteits- en gasmarkt te kopiëren. Er gelden -vooralsnog- geen ontvlechtingsverplichtingen voor warmte- en koudenetten: warmteproducent, warmtenetbeheerder en warmteleverancier mogen door eenzelfde partij worden ingevuld. De organisatiemodellen kunnen sterk verschillen afhankelijk van de specifieke troeven en behoeften van het project.

Artikel 4/1.1.1 Energiedecreet legt de warmtenetbeheerder taken op zoals het beheer en onderhoud van een veilig en betrouwbaar net, het aanhouden van voldoende capaciteit, preventief onderhoud en het herstellen van storingen. De warmteleverancier staat in voor de levering en facturatie van thermische energie, het garanderen van het evenwicht tussen injectie en afname, informatieverlening, klachtenbehandeling en sociale beschermingsmaatregelen.

Opmerkelijk: voor de levering van thermische energie is géén leveringsvergunning van de VREG nodig, in tegenstelling tot elektriciteit en aardgas. De loutere melding bij de VREG binnen dertig dagen na indienstneming of uitbreiding volstaat. De Vlaamse Regering kan daarnaast openbaredienstverplichtingen opleggen inzake dienstverlening, investeringen, wanbetaling en sociale maatregelen.

Lokale besturen als onmisbare schakel

Het Vlaams Regeerakkoord 2024-2029 bevestigt de ambitie: steden en gemeenten worden geacht lokale verwarmings- en koelingsplannen op te maken, met een zoneringsplan en een uitvoeringsplan dat bepaalt hoe, wanneer en door wie warmtenetten worden aangelegd. Lokale besturen vervullen (resp. kunnen vervullen) daarbij een dubbele rol.

Enerzijds kan het lokale bestuur optreden als (warmte-)regisseur. Vanuit een strategische positie kan het bestuur, zonder zelf actief te participeren in het warmtenet:

  • sensibiliseren en draagvlak creëren bij de bevolking;
  • het openbaar domein beschikbaar stellen via domeintoelatingen en -reserveringen;
  • financiële ondersteuning bieden via subsidies, borgstellingen of warmtefondsen;
  • via stedenbouwkundige verordeningen (artikel 2.3.2, §2 VCRO) aansluitverplichtingen opleggen in kansrijke warmtezones;
  • een gemeentelijk warmtereglement aannemen op grond van artikel 2, §2 en artikel 40, §3 Decreet Lokaal Bestuur, teneinde lokale warmtespelers te onderwerpen aan minimale eisen inzake tarieven, dienstverleningsnormen en duurzaamheidsgehalte van de geleverde warmte.

Anderzijds kan het lokale bestuur optreden als (één van de) (warmte-)actor, en zelf participeren in de realisatie van het warmtenet.

Cruciaal is dat de overheid weliswaar niet beschikt over een aanwijzingsbevoegdheid voor warmtenetbeheerders, maar bij netwerken die over het openbaar domein lopen, kan de domeinbeheerder zich bij de beoordeling van de domeintoelating laten leiden door de ervaring en de technische en financiële draagkracht van de aanvrager. De domeintoelating blijft steeds precair en kan om redenen van algemeen belang worden aangepast of ingetrokken.

Een warme toekomst, mits doordacht beleid

Praemonitus, praemunitus — wie verwittigd is, is gewapend.

Warmtenetten vormen een onmisbaar puzzelstuk in de lokale energietransitie, maar hun realisatie vergt strategisch inzicht, juridische kennis en een doordachte rolverdeling. De Vlaamse regelgever heeft met Titel IV/1 van het Energiedecreet een fundament gelegd, dat gaandeweg verder zal worden verfijnd. De lichte regulering biedt flexibiliteit, maar plaatst de verantwoordelijkheid voor de concrete invulling nadrukkelijk bij de lokale besturen en de marktpartijen.

Voor lokale besturen geldt dat nu het moment is om warmtevisies uit te tekenen, de juiste bestuurlijke keuzes te maken en zich te positioneren als katalysator van een duurzame warmtevoorziening.

***

GD&A en lokale warmte- en/of klimaatbedrijven: seminarie in aantocht

Interesse om dieper in te gaan op de juridische en beleidsmatige do’s-and-don’ts van lokale warmte- en klimaatbedrijven? Schrijf u in voor ons seminarie “Van visie naar actie: een blauwdruk voor lokale warmte- en klimaatbedrijven” in Lokeren en/of Eksel, via onze website: Agenda – GD&A Advocaten.

***

Bij GD&A Advocaten begrijpen we als geen ander het belang van deze materie. Ons team staat dan ook steeds klaar om uw bestuur met kennis van zaken bij te staan.

Auteur(s):

Nele Hulders en Wouter Rubens

Leave a Reply