De Europese wetgever heeft de warmtetransitie op scherp gezet. Met de herziene Richtlijn Energie-efficiëntie (Richtlijn 2023/1791) en de herziene Richtlijn Hernieuwbare Energie (Richtlijn 2023/2413) beschikt de Unie over twee -juridische- instrumenten die warmtenetten van een technische randverschijning tot een volwaardig beleidsinstrument verheffen. De verwarmings- en koelingssector vertegenwoordigt ongeveer de helft van het Europese eindenergieverbruik en is daarmee een onvermijdelijk slagveld in de strijd tegen klimaatverandering. Voor Vlaamse steden en gemeenten betekent dit een concreet handelingsperspectief met verplichtingen, deadlines en kansen. De vraag is niet langer óf lokale besturen een rol spelen, maar hoe snel zij die rol invullen.

Het “Fit for 55”-pakket als startschot

Op 14 juli 2021 presenteerde de Europese Commissie haar “Fit for 55”-pakket: een omvangrijk wetgevingspakket dat de Unie moet voorbereiden op een nettoreductie van broeikasgasemissies met minstens 55% tegen 2030 ten opzichte van 1990. Die doelstelling is sinds de Europese Klimaatwet (Verordening (EU) 2021/1119 van 30 juni 2021) geen loutere politieke ambitie meer, maar Unierecht. Het Vlaamse Energie- en Klimaatplan bevestigt dat de Klimaatwet de 2030-doelstelling heeft verankerd als een netto-emissiereductie van 55% en voorziet in een proces om tegen 2040 een nog ambitieuzere doelstelling van 90% vast te leggen.

Het “Fit for 55”-pakket versterkt bestaande wetgeving en introduceert nieuwe initiatieven, verspreid over klimaat, energie, vervoer, gebouwen en landgebruik. Centraal staat de transformatie van het energiesysteem, dat verantwoordelijk is voor circa 75% van de Europese emissies. Voor warmtenetten zijn twee pijlers bijzonder relevant: de herziene Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III) en de herziene Richtlijn Energie-efficiëntie (EED).

Lokale warmteplannen onder de herziene Richtlijn Energie-efficiëntie

De herziene Richtlijn Energie-efficiëntie hertekent het juridisch kader voor de warmtesector grondig. Artikel 25 van deze Richtlijn verplicht de lidstaten tot een uitgebreide verwarmings- en koelingsbeoordeling (de zogenaamde comprehensive heating and cooling assessment), gekoppeld aan een kosten-batenanalyse met inachtneming van het energie-efficiëntie-eerstbeginsel.

Bijzonder ingrijpend voor lokale besturen is artikel 25, lid 6 van de Richtlijn Energie-efficiëntie, dat regionale en lokale autoriteiten verplicht om lokale verwarmings- en koelingsplannen op te stellen. Gemeenten met meer dan 45.000 inwoners worden daarbij uitdrukkelijk geviseerd. Deze plannen moeten het potentieel voor lagetemperatuurstadsverwarming, hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en de terugwinning van restwarmte in kaart brengen, en een strategie bevatten voor de effectieve benutting daarvan.

De opmaak gebeurt bovendien in overleg met alle betrokken belanghebbenden en het brede publiek.

Artikel 26 van de Richtlijn Energie-efficiëntie legt vervolgens geleidelijk strengere efficiëntiecriteria op aan stadsverwarmingssystemen. Tot en met 31 december 2027 volstaat een systeem dat ten minste 50% hernieuwbare energie, 50% restwarmte, 75% warmte uit warmtekrachtkoppeling of 50% uit een combinatie daarvan gebruikt. Die lat wordt stelselmatig hoger gelegd: vanaf 1 januari 2050 mag een efficiënt stadsverwarmingssysteem uitsluitend hernieuwbare energie, uitsluitend restwarmte of een combinatie van beide gebruiken. Exploitanten van bestaande systemen die niet aan de criteria voldoen, moeten vanaf 1 januari 2025 om de vijf jaar een plan opstellen om het aandeel hernieuwbare energie te verhogen en distributieverliezen te beperken

Bindende groeidoelstellingen onder de herziene Richtlijn Hernieuwbare Energie

De herziene Richtlijn Hernieuwbare Energie scherpt de ambities voor hernieuwbare energie in de verwarmings- en koelingssector aanzienlijk aan. Op overkoepelend niveau legt artikel 3, lid 1 van deze Richtlijn een bindend EU-breed streefcijfer vast van minstens 42,5% hernieuwbare energie in het bruto-eindverbruik tegen 2030, met een collectieve aspiratie naar 45%.

Elke lidstaat bepaalt via zijn Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) een eigen bijdrage, rekening houdend met het ambitiegarantiemechanisme uit de Governanceverordening (EU) 2018/1999.

Waar de oorspronkelijke Richtlijn Hernieuwbare Energie (Richtlijn 2018/2001) voor verwarming en koeling nog uitging van louter indicatieve streefcijfers met beperkte juridische afdwingbaarheid, voert artikel 23, lid 1 van de herziene Richtlijn Hernieuwbare Energie nu een bindende groeidoelstelling per lidstaat in. Voor de periode 2026–2030 moet het aandeel hernieuwbare energie in de verwarmings- en koelingssector jaarlijks toenemen met ten minste 1,1 procentpunt, aangevuld met landspecifieke opslagen uit bijlage I bis.

Specifiek voor stadsverwarming en -koeling voorziet artikel 24 van de herziene Richtlijn Hernieuwbare Energie in een indicatieve toename van ten minste 2,2 procentpunten per jaar hernieuwbare energie en

Lokale besturen als Europese uitvoeringsactoren

De herziene richtlijnen richten zich niet enkel tot de lidstaten als abstracte entiteiten. Overweging 145 van de Richtlijn Energie-efficiëntie stelt uitdrukkelijk dat “de lokale en regionale autoriteiten een leidende rol moeten krijgen bij de ontwikkeling en het ontwerp, de uitvoering en de evaluatie van de in deze richtlijn vastgelegde maatregelen“. Dat is geen vrijblijvende beleidsintentie, maar een interpretatief richtsnoer dat de Europese wetgever verankert in het subsidiariteitsbeginsel: wie het dichtst bij de burger staat, geeft de transitie mee vorm.

Concreet verplicht artikel 5, lid 6 van de Richtlijn Energie-efficiëntie de lidstaten om te garanderen dat regionale en lokale autoriteiten in hun langetermijnplanning specifieke energie-efficiëntiemaatregelen opnemen, zoals decarbonisatieplannen of plannen voor duurzame energie, na raadpleging van relevante belanghebbenden en het publiek. De lidstaten moeten daarbij de regionale en lokale autoriteiten “zoveel mogelijk ondersteunen met welke middelen dan ook, met inbegrip van regelingen voor financiële en technische ondersteuning“. Steden en gemeenten worden bovendien aangemoedigd om hun warmteplannen gezamenlijk met naburige lokale autoriteiten uit te voeren, wanneer de geografische en bestuurlijke context en de verwarmings- en koelingsinfrastructuur daartoe geschikt zijn.

Op Vlaams niveau beschikken lokale besturen alleszins over concrete instrumenten om de uitrol van warmtenetten te faciliteren. Zo biedt de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gemeenten de mogelijkheid om via stedenbouwkundige verordeningen aansluitverplichtingen op te leggen (artikel 2.3.2, §2, eerste lid VCRO). Het Vlaamse Energiedecreet en Energiebesluit voorziet daarnaast in een -weliswaar beperkt- regulerend kader, met inbegrip van meldingsplichten, sociale beschermingsmaatregelen en zelfs een onteigeningsbevoegdheid voor warmte- of koudenetbeheerders in artikel 4/1.1.10 Energiedecreet.

Uitnodiging tot strategisch handelen – GD&A Klimaat- & warmtebedrijven: seminarie in aantocht

De Europese wetgever heeft de richting bepaald. De herziene Richtlijn Hernieuwbare Energie en de herziene Richtlijn Energie-efficiëntie maken van warmtenetten niet langer een vrijblijvende optie, maar een volwaardig beleidsinstrument in de strijd tegen klimaatverandering. Lokale besturen worden uitdrukkelijk aangesproken als plannings- en uitvoeringsactoren.

Het momentum is er: qui non proficit, deficit – wie geen vooruitgang boekt, boekt achteruitgang. Het is aan de lokale besturen om die handschoen op te nemen.

Wilt u zelf dieper duiken in deze materie met concrete kennis, praktische handvaten en blauwdrukken aan de hand van praktijkcases over onder meer (i) het groeiende web van lokale klimaat- en energieverplichtingen, (ii) climate for business als nieuw denkkader, (iii) het operationeel vehikel van klimaat- en warmtebedrijven (iv) organisatievormen, overheidsopdrachten, governance en financiering bij deze bedrijven, (v) subsidie en financieringskansen alsook (vi) staatsteun?

Schrijf u dan in voor onze seminaries “Van visie naar actie: een blauwdruk voor lokale warmte- en klimaatbedrijven” op donderdag 21 mei 2026 van 13u00-16u00 in Lokeren en op dinsdag 26 mei 2026 van 13u00-16u00 in Hechtel-Eksel.

Inschrijven kan via de navolgende linken op onze website:

Meer info over de volledige agenda van het GD&A Lyceum vindt u tevens via onze website:  https://gdena-advocaten.be/lyceum

Auteur(s):

Nele Hulders

Leave a Reply